Hans de Wit
Home
Alex de Vries
Marja Bosma
Arno Kramer
Arjan Reinders
John Marchant
Anne Berk
Amelia Ishmael
News
Drawings

Music
Literature
Publications
Exhibitions
Contact

Links
Anne Berk - Financieel Dagblad Persoonlijk, 6 maart 2010

Reusachtige tekeningen
 
Inleiding:
Tekenen is ‘slow art’, het tijdrovend en het kijken ernaar vergt ook concentratie. Maar blijkbaar is er een groeiende behoefte aan het vertellen van uitgebreide verhalen op hele grote vellen.
 
Tekenen is hot. In Diepenheim is onlangs een Drawing Centre opgericht. En uit de recente aankopen van Museum Boijmans van Beuningen blijkt dat de tekenkunst springlevend is. Al tekenend nemen kunstenaars het leven onder de loep.
De moeder aller musea, het Moma in New York, organiseerde Drawing Now (2002), An Atlas of Drawing (2006) en recentelijk Compass in Hand. In Nederland werd de nieuwe trend gesignaleerd met Tekenen des Tijds (2002) en de rondreizende tentoonstelling Into Drawing, die werd georganiseerd door kunstenaar Arno Kramer. ‘De laatste tien jaar hebben veel kunstenaars het tekenen omarmd en dat leidt tot een vernieuwing van deze oudste kunstdiscipline,’ aldus Kramer.
Hij nam het initiatief tot het oprichten van een Drawing Centre om de hedendaagse tekenkunst te bevorderen. In dat kader gaf Elly Strik onlangs een masterclass aan jonge kunstenaars, waarvan de resultaten nu in Diepenheim te zien zijn. Maar waarom grijpen jonge kunstenaars naar een potlood als je met één druk op de knop een afbeelding kunt maken? Wat maakt het tekenen zo populair?

Kunstenaar Ewoud van Rijn, die vertegenwoordigd is op de tentoonstelling in het Boijmans in Rotterdam: ‘Tekenen is een wonder! Aan sommige tekeningen werk ik drie maanden en als ik de hele dag aan het tekenen ben verkeer ik in een soort extase. Ik word er helemaal in meegesleept alsof iemand, mijn muze, mij opdraagt wat ik moet doen. Dan tap ik in op een andere stroom, waarbij het onzichtbare en het onzegbare naar de oppervlakte komen.’
Tekenen is een intuïtieve manier om greep te krijgen op de wereld om ons heen. Greep krijgen komt van grijpen, vatten, letterlijk vangen in een beeld. En het kijken daarnaar leidt tot be-grijpen en be-vatten.
Mensen hebben altijd getekend, maar de waardering van de tekening wisselende door de tijden heen. De uitvinding van het olieverfschilderij degradeerde de tekening tot een voorstudie. Bij het schilderen wordt de verf in lagen opgebracht die lang moeten drogen en dat vergt een zorgvuldige planning. Schetsen zijn daarbij onmisbaar, maar ze werden beschouwd als hulpmiddelen, niet meer dan dat.
Pas in de romantiek kreeg men belangstelling voor de schets, omdat hierin de scheppende kracht van de kunstenaar zich in zijn meest pure vorm manifesteerde. Zo schreef de filosoof Arthur Schopenhauer in 1844 ‘dass die Skizzen grosser Meister oft mehr wirken als ihre ausgemalten Bilder’. In dit opzicht is Museum Boijmans van Beuningen een schatkamer. De Koenigscollectie die het museum bezit, omvat 2600 tekeningen van onder meer Jheronimus Bosch, Pieter Breugel de Oude en Rembrandt.

Ook de ontdekking van het onderbewuste droeg bij aan de waardering van de het tekenen. Want hoe krijg je zicht op wat zich afspeelt in de krochten van de ziel? Door het verstand uit te schakelen en de pen over het papier te laten dwalen, in de zogenaamde écriture automatique. In die directheid schuilt de bekoring. Het is net alsof de geest via een onzichtbaar lijntje met de tekenende hand verbonden is, waarbij innerlijke werelden aan de oppervlakte komen. En dat is iets heel anders dan natekenen, fotograferen of filmen, waarbij je de bestaande wereld kopieert.
Ook de nieuwe aanwinsten in het Boijmans hebben een surrealistische inslag. Boijmans bezit al een grote collectie surrealistische werken en de hedendaagse tekeningen die op dit moment zijn tentoongesteld, sluiten hierbij aan. Ze tonen ons de wereld, gekleurd door de ideeën, angsten en visioenen van de kunstenaar.
 Zo heeft Ewoud van Rijn zijn nachtmerries verbeeld. Op de wandvullende tekening In Hell zie je een schilder die aan het kruis is genageld, omringd door zijn geknevelde Muzen. Met groot gevoel voor humor zet hij vraagtekens bij zijn eigen rol als kunstenaar. Is tekenen geen achterhaalde bezigheid? Wat moet je nog maken, nadat de schilderkunst in de jaren tachtig ten grave is gedragen? De dood van de schilderkunst leidt tot de dood van de schilder en niet toevallig is de tekening uitgevoerd in bestorven bruintinten. Maar er is hoop. Deze droevige geschiedenis wordt gelogenstraft door het zichtbare plezier in de weergave van het imaginaire rotslandschap dat opdoemt uit de witte leegte van het papier. Het is een metafoor voor de scheppingsdrang. Tekenen is net toveren. Het borrelt, gist en barst hier van de creatieve energie, een gestolde beweging die Van Rijn heeft weergeven als een still uit een animatiefilm.

Kunstenaars willen verhalen vertellen en leven zich uit in enorme tekeningen. Het kijken ernaar is een ontdekkingstocht en het is spannend om de vele details te ontdekken.
Ook de tekening van de Schotse kunstenaar Paul Noble is groot, te groot om in te lijsten. Het witte papier vormt een onbegrensde ruimte voor een mentale wereld, bestaande uit letters, computerachtige tekens en architectonische constructies. Het hart van de tekening bestaat uit een conisch, geheimzinnig gebouw met een klein poortje onderin. En dat poortje is dicht. Links bevinden zich rijen letters die in graftombes zijn getransformeerd en hoe ik ook mijn best doe, ze willen hun betekenis niet prijsgeven. Verwijst Noble met Ye Old Ruin misschien naar het beroemde schilderij van de Toren van Babel, dat elders in het Boijmans hangt?Wil hij ons wijzen op het tekort schieten van taal, die niet toereikend is om de complexiteit van de natuur te bevatten?
Als je langer kijkt ontdek je opeens overal eieren in de tekening. Eieren op sokkels, een schaakspel met eieren in een eierdoos en zelfs een omelet, als een humoristisch vruchtbaarheidsritueel. En tussen de lettertombes zijn piepkleine plantjes getekend in ragdunne lijntjes. Als je heel dichtbij komt kun je de soorten herkennen: Koekoeksbloem, Maarts Viooltje en Teunisbloem, die Noble liefdevol heeft afgebeeld. Ze zijn alleen zichtbaar voor wie de tijd neemt om geconcentreerd te kijken en de aanblik ontroert.

Apocalyptisch
Eenzelfde aandacht en concentratie spreekt ook uit de tekeningen van Oscar de las Flores, Peter Feiler, Charles Avery, Robbie Cornelissen, Hans de Wit en Ewoud van Rijn. Het tekenen (en het kijken) is een tijdrovend proces. Dit is slow art, als antwoord op de zapcultuur.
De tekening van de Duitse kunstenaar Peter Feiler lijkt organisch gegroeid, zonder planning, resulterend in een woekering van grote en klein figuren. Van dichtbij onthult de tekening macabere details, waarbij Feiler voortborduurt op de bijtende kunst van de vooroorlogse Georg Grosz. De Godfiguur verkeert in ontbinding. De dynamische woekering blijkt een keten van geweld, waarbij een kind wordt onthoofd en een vrouw een monster baart met tentakels, die bij nader inzien galgen blijken te zijn. Opvallend is de rol die de machineachtige wezens spelen. ‘Legt der Freiheit Ketten an damit sie uns nicht verlasst’, staat er in kleine lettertjes. Dat doet denken aan de onstuitbare opmars van de techniek, die ons leven in een ijzeren greep houdt.
Eenzelfde beklemming spreekt uit de tekeningen van Hans de Wit, vanwege zijn fabelachtige lijnvoering wat mij betreft het hoogtepunt van de tentoonstelling. Met sterke licht-donkereffecten schept hij een plastische, schimmige wereld die bezwangerd lijkt door een duistere energie. Rondzwervende kabels, wapens en staketsels van ruïnes verbinden zich en brengen nieuw leven voort, een apocalyptisch visioen van een wereld waarin voor de mens geen plaats meer is. Proteus luidt de titel, naar de mythische figuur die de toekomst kon voorspellen, maar dat liever niet deed omdat hij slechts nieuws had. En toch blijf je kijken. Als een vlieg die rond een lamp cirkelt, betoverd door deze sensuele, geheimzinnige metamorfosen.
De hoge kwaliteit van de werken bewijst dat de tekenkunst als volwaardige kunstvorm bezig is met een opmars. Daarom is het onbegrijpelijk dat Boijmans de tentoonstelling lijkt weg te moffelen als de zoveelste ‘aankooppresentatie’ en bovendien geen relatie legt met de tekenkunst uit het rijkgevulde depot van het museum. Een gemiste kans.